Neanderthalers, slimmer dan we dachten

De laatste jaren is een serie verschillende ontdekkingen gedaan die onze kijk op neanderthalers totaal aan het veranderen is. Het wordt steeds duidelijker dat neanderthalers uiterst capabele mensen en overlevers waren, die niet als inferieur aan moderne mensen mogen worden beschouwd. Het is waarschijnlijk zelfs zo dat we ons succes als moderne mens (als we dat nog mogen zeggen in deze tijd…) voor een groot deel aan hen te danken hebben. Laten we bijvoorbeeld niet vergeten dat neanderthalers nog steeds in onze genen aanwezig zijn. Hieronder zullen, op basis van recente onderzoeken, een aantal aanwijzingen voor -tot voor kort onbekend complex gedrag van neanderthalers- op een rij worden gezet. Daarbij gaat het vooral om uitingen op het vlak van symboliek en ritueel; zaken die tot voor kort waren voorbehouden aan de moderne mens. Ik sluit af met het voorstel dat het vooral neanderthalers, en niet de eerste moderne mensen waren, waaraan we onze huidige cultuur te danken hebben.​

Speciale werktuigen en materialen: het (in veel gevallen nog steeds) klassieke beeld van de neanderthaler is dat van een brute aapmens met knots, en verder wat stenen werktuigen zoals de vuistbijl. Zoals we hebben gezien, is er voor die knots geen bewijs, en werd buiten steen ook ander materiaal bewerkt en gebruikt. Daarvoor zijn er niet heel veel aanwijzingen, maar we moeten bedenken dat organisch materiaal zoals hout en bot uit zulke perioden alleen in uitzonderlijke (continue natte, zuurstofarme, of zeer droge) omstandigheden bewaard blijft. Uit etnografische voorbeelden weten we dat de materiële cultuur van hedendaagse jagers-verzamelaars voor 90% uit organisch, en dus vergankelijk materiaal bestaat. Met andere woorden, de materiële cultuur die we nu als archeologen tegenkomen is geen representatieve weergave. Juist daardoor zijn de schaarse aanwijzingen voor niet-stenen werktuigen of materialen zo interessant. ​

In Italië is een aantal tot ca. 1 m lange aangepunte stokken van buxushout gevonden, die plaatselijk blijkbaar opzettelijk zijn verschroeid om het hout beter te kunnen bewerken. Zeer waarschijnlijk gaat het graafstokken, die doorjager-verzamelaars werden gebruikt voor het uitgraven van bijvoorbeeld knollen. In Lehringen in Noord-Duitsland is in 1948 het (gedeeltelijke) skelet van een bosolifant gevonden in een neanderthalervindplaats van ongeveer 115.000 jaar oud. Tussen diens ribben stak een houten speer. Slijtagesporen op de speer tonen aan dat deze langere tijd gebruikt werd, en dat het om een stootwapen gaat, niet om een werpspeer. Er zijn nog geen werpsperen van neanderthalers gevonden, maar wel van hun directe voorgangers Homo heidelbergensis. In Schöningen (Duitsland) lieten zij acht tot wel 2.25 m lange speren van naaldhout achter, gebruikt om te werpen en/of te steken. Desalniettemin mag worden aangenomen dat ook neanderthalers werpsperen hadden. Zo waren stenen spitsen waarvan de slagbult verwijderd was, of met berkenteer aan de basis, waarschijnlijk bedoeld voor schachting op een speer. In Syrië is een fragment van een levalloisspits gevonden in de nekwervel van een wilde ezel. De diepte waarop de punt in de wervel is ingedrongen en de hoek waaronder dit is gebeurd, duiden volgens de onderzoekers erop dat de spits de wervel met veel kracht en van boven moet hebben geraakt, met andere woorden, door een geworpen projectiel.​
Op de foto: Neanderthalers op jacht. In deze reconstructie wordt uitgegaan van stootsperen, in plaats van werpsperen.

Deel dit met vrienden of collega’s

Menu